De gave Gods

Aflevering: 
51
Uitzending: 
vrijdag, 20 maart 2020 | 19:00

In aflevering 51 is de actuele dreiging van het Coronavirus voor presentator Leo Swaans en streekarchivaris Hildo van Engen aanleiding om op zoek te gaan naar de gevaren van besmettelijke ziekten in het verleden. Op de vestingwal van Heusden stellen zij vast dat besmettelijke patiënten al eeuwenlang zoveel mogelijk worden geïsoleerd van de rest van de samenleving. Helemaal aan de rand van de stad stond in de zeventiende eeuw het pesthuis. De pest, die al in de middeleeuwen met enige regelmaat de omgeving teisterde, werd gezien als straf van God voor het zondige leven van de mens. De ziekte werd dan ook vaak aangeduid als ‘de gave Gods’. Besmette woningen kregen een baal of bos stro voor de deur, zodat iedereen wist welke huizen gemeden moesten worden. De zorg voor de pestlijders werd toevertrouwd aan een pestmeester of pestdokter, die speciale, beschermende kleding droeg. Was iemand aan de pest overleden, dan mocht zijn of haar woning zes weken lang niet betreden worden. Frappant is dat op de plaats van het pesthuis in Heusden tot ver in de twintigste eeuw de zogeheten ‘ziekenbarak’ stond, waar besmettelijke patiënten werden verpleegd.

In het Streekarchief laat Van Engen een document zien uit 1625. In dat jaar maakte de pest in Heusden zoveel slachtoffers dat het stadbestuur bepaalde dat de doodskisten zo plat mogelijk moesten worden gemaakt, omdat men bang was dat men anders op het kerkhof geen plaats had voor alle doden. 

Verschillende archiefstukken uit de negentiende eeuw hebben betrekking op het uitbreken van cholera. In het archief van de gemeente Drunen zijn een paar heldere waarschuwingen bewaard, waarin de inwoners van Drunen werd opgeroepen om matig en regelmatig te leven, en hygiënische maatregelen te nemen. Tegelijk werd geprobeerd om eventuele paniek weg te nemen. Een ‘opgeruimde gemoedstemming’ was immers het beste wapen tegen besmetting. Een ander geschrift beveelt een rotsvast vertrouwen op God aan als beste middel tegen de ziektedreiging.

Een Drunens register waarin rond 1900 de aangiften werden genoteerd van lijders aan een besmettelijke ziekte maakt duidelijk dat op dat moment alweer andere ziekten slachtoffers maakten, zoals tyfus en roodvonk.

Zo komen Swaans en Van Engen tot de conclusie dat er door de eeuwen heen bij de bestrijding van besmettelijke ziekten niet zo gek veel lijkt te zijn veranderd: de nadruk op isolatie en een goede hygiëne, en angst en onzekerheid over de afloop zijn van alle tijden!

De Heusdense ziekenbarak (foto: SALHA)
Zeventiende-eeuwse afbeelding van een pestdokter (‘Doctor Schnabel’)
Publicatie van de gemeente Drunen in verband met cholera, 1866 (foto: SALHA)
Presentatie: 
Gast(en):